Sint Sebastiaan werd in de tweede helft van de derde eeuw geboren in Narbonne. In Milaan groeide hij op. Tijdens de grote christenvervolgingen ging hij naar Rome. Hij werd officier in de lijfwacht van keizer Diocletianus. In het geheim was hij christen: niet uit angst. Integendeel hij gebruikte zijn belangrijke positie aan het keizerlijke hof om andere christenen te kunnen steunen en beschermen. Vele mensen wist hij tot het christendom te bekeren.

Wanneer keizer Diocletianus dit ontdekt geeft hij boogschutters opdracht om hem op het Marsveld te laten doden. Nadat hij met pijlen was doorboord, werd Sint Sebastiaan voor dood achtergelaten. In de nacht kwam de Heilige Irene om hem te begraven. Ze ontdekte dat hij niet dood was. In haar huis werd hij verzorgd en herstelde van de vele verwondingen.

Grote foto St. Sebastiaan

Genoeg op krachten gekomen ging Sebastiaan naar de keizer om zijn wreedheden tegen de christenen te verwijten. Opnieuw werd hij gegrepen en in de renbaan van het paleis met knuppels doodgeslagen. Zijn dode lichaam werd in het hoofdriool van Rome geworpen. Dit om te vermijden dat de christenen zijn graf zouden vereren. In een droom aan de Heilige Luciana openbaart Sebastiaan de plaats waar zijn lichaam zich bevind.

Hij wordt begraven in de catacomben bij de Via Appia.Daar wordt hij tot op de dag van vandaag vereerd als martelaar. Hij wordt aangeroepen tegen de pest vanwege zijn attribuut. De pijlen zijn symbool van onheil en pest. Dezelfde pijlen maken hem tot beschermheilige van de schuttersgilde.

Ook ons Gilde valt onder zijn bescherming.

door G. Louwagie, 1999

 

  [Hoofdpagina]

Deze pagina is voor het laatst bijgewerkt op maandag 22 mei 2006.